Rutger van den Dikkenberg - rePublic.nl

'Ahmet werd slachtoffer, Almelo kreeg de zwartepiet'

Op maandag 16 juni 2008 gijzelde een Almelose restauranthouder op het stadhuis een wethouder en vier ambtenaren. Tot verbazing van publicist Mirjam Pool keerde de publieke opinie zich in de dagen daarna vooral tegen de gemeente, en niet tegen de gewapende gijzelnemer. Pool schreef een boek over de zaak, dat vandaag verschijnt.

Pool maakte de gijzeling van nabij mee. Ze was tijdelijk als externe bij de gemeente aangesteld, kort voordat kok Ahmet O. zijn restaurant in brand stak, waarna hij ook zijn auto voor de trappen van het stadhuis in brand stak om vervolgens gewapend met twee pistolen het stadhuis binnen te gaan. Hij was op zoek naar de wethouder die hem – in zijn ogen – dwars zat bij de ontwikkeling van het restaurant dat hij samen met zijn vrouw wilde opzetten. Er was gesteggel rond de verbouwing van het pand, de horecavergunningen kwamen moeizaam van de grond.

Ahmet O. belandde die maandag op de kamer van een andere wethouder, die op de eerste verdieping met vier ambtenaren aan het vergaderen was. De gijzeling duurde de rest van de dag; de meeste Almelose ambtenaren mochten vanwege hun veiligheid het pand niet verlaten en zaten vast op de derde verdieping.

Impact
De gijzeling heeft een grote impact gehad op de ambtenaren, vertelt Pool. Niet alleen die dag, maar ook in de dagen en weken daarna. ‘In eerste instantie was ik zelf ook bang. Als die man door het gebouw zou gaan zwerven, zou hij het eerst bij ons zijn. Als die deur zou openslaan, wat gebeurde er dan? Toen ben ik in een andere hoek gaan staan, zodat hij mij niet als eerste zou zien. Met dat soort dingen ben je bezig.’

Pool zag collega’s in shock. Iemand sloot zich op in haar kamer, een ander plaste van schrik in haar broek. ‘Sommige mensen zaten elkaar echt een beetje bang te maken, dat het stadhuis in de fik werd gestoken bijvoorbeeld. Andere maakten grapjes, en er waren mensen die gewoon wilden doorwerken. Maar wat overheerste was een enorme zorg over de vijf die vastzaten in die kamer. We wisten niet wie dat waren, dat werd gereconstrueerd. Welk overleg is daar gaande, wie missen we?’

Toen het stadhuis uiteindelijk werd geëvacueerd, was de gijzeling nog gaande. Pool zat in het laatste groepje dat het pand mocht verlaten. Dat was heel raar, vertelt ze. ‘Aan de ene kant was er opluchting omdat we weg mochten. Het was niet fijn meer in het gebouw. Het was benauwd, en iedereen had trek omdat de lunch was overgeslagen. Maar er waren vijf mensen die niet weg konden.’

Publieke opinie
Tot verbazing van Pool keerde de publieke opinie in Almelo, maar ook daarbuiten, zich tegen de gemeente. Ahmet O. zou gek gemaakt zijn door de gemeentelijke bureaucratie, klonk het. Pool: ‘Wat je na de gijzeling zag, was de omkering van dader en slachtoffer. Ahmet werd meteen slachtoffer, Almelo kreeg de zwartepiet. Dat had iets raars, want Ahmet O. was de man met het pistool. Hij werd tot elf jaar cel veroordeeld, dat is niet niets.’

Zo kwam in de dagen na de gijzeling iemand het stadhuis in en deed of hij een pistool had. Een ander, die problemen had met zijn uitkering dreigde dat hij af zou maken wat Ahmet O. is begonnen. Consulenten van de sociale dienst en medewerkers aan de balie werden vanaf de dag erna met grove teksten geconfronteerd. De gemoedstoestand van veel gemeentemedewerkers stond onder zware druk, zegt Pool: ‘Alle ambtenaren stonden op scherp. Je bent je gevoel voor veiligheid helemaal kwijt. Dat voelde iedereen de dagen daarna wel. In een kantoorgebouw, waar je nota bene werkt voor de publieke zaak, ben je gewoon niet veilig. Uiteindelijk zit je daar als ambtenaar voor de burger. Dan is het zo onrechtvaardig als je door al die burgers van zoiets wordt beticht.’

Katalysator
Volgens Pool heeft de gijzelingsactie van O. gewerkt als een ‘katalysator,’ die een beerput vol ongenoegen over de overheid opengetrokken heeft. ‘Er is sowieso een algemeen onbehagen onder een deel van de bevolking over het optreden van de overheid. Sommige mensen, ondernemers voorop, kunnen zich herkennen in het idee dat ze dolgemaakt worden door de gemeente. In Almelo werd dat versterkt doordat men daar geen hoge pet op had van de gemeente. Ahmet O. heeft het deksel van de put getrokken, maar die put was allang gevuld. En zo’n reactie zou je in heel veel gemeenten kunnen terugzien als daar ook zo’n incident zou plaats vinden. Mensen hebben zich afgaand op wat ze oppervlakkig wisten van de casus kunnen identificeren met Ahmet O.’

In het geval van Ahmet O. zou ‘met terugwerkende kracht’ geconcludeerd kunnen worden dat er valse verwachtingen gewekt zijn, zegt Pool. Ze schetst een beeld van een zwaar verkokerde gemeente. Een bouwinspecteur kwam langs en zei dat de zaak wat hem betreft morgen open mocht, ambtenaren van Economische Zaken zeiden dat het restaurant een aanwinst voor het plein was. ‘Dat waren allemaal opstekers, terwijl aan de achterkant de papieren procedure nog liep. Elke individuele ambtenaar heeft vanuit zijn eigen perspectief met het echtpaar gecommuniceerd. En ik denk niet dat dat uniek is voor Almelo. Hoe dat vergunningenproces is verlopen, zou op heel veel andere plekken ook zo verlopen zijn. De gemeente heeft volgens het boekje gewerkt. Maar ik denk dat de ambtenaren zich onvoldoende afgevraagd hebben of de boodschap echt aangekomen is.’

Als die deur zou openslaan, wat gebeurde er dan?