Aleid Truijens - De Volkskrant

Werken? Fok de soos!

4-1-2008

Ruim tien procent van de Nederlandse huishoudens leeft onder de armoedegrens. Wie zijn die gezinnen? Waarom lukt het hen niet de vicieuze cirkel van armoede en schulden te doorbreken?

In oud frituurvet gebakken aardappelen als avondmaaltijd, of een enkel cup-a-soupje. Twintig euro per week voor boodschappen van een heel gezin, kinderen die met honger naar school gaan. De voortdurende dreiging dat gas en elektra worden afgesloten. Dat kun je wel armoede noemen, ook al ga je er niet meteen dood aan.

Ruim tien procent van de Nederlandse huishoudens leefde vorige jaar onder de armoedegrens, op het niveau van de bijstand of de AOW. Die ‘minima’ balanceren niet allemaal op het randje van honger en verval. De mensen die langdurig van een uitkering leven en schulden hebben gemaakt wél. Op een zeker moment bereiken ze de staat van ‘saniet’. Ze worden onder curatele gesteld, hun schulden worden afbetaald, hun vaste lasten afgehouden en van wat er overblijft moeten ze eten.

Met zijn gezinnen die journaliste Mirjam Pool bezocht voor haar boek Alle dagen schuld. Dankzij de nieuwe charitas – inzamelingsacties van de kerken of boodschappenprojecten – blijven ze in leven. Pool liep anderhalf jaar rond in Almelo, een van de armste steden van Nederland, waar in de afgelopen decennia veel fabrieken sloten en velen werkloos werden. In verloederde wijken als de Kerkelanden leeft bijna iedereen van een uitkering.

De journaliste werd kind aan huis bij mensen die je gemakshalve als ‘tokkies’ kunt bestempelen. Ze werd gastvrij ontvangen en in vertrouwen genomen, waardoor ze haar verhaal ‘van binnenuit’ kon beschrijven. Toch verloor ze haar nuchterheid niet. Tussen de regels door is haar verbazing te lezen: waarom ondernemen haar geïnterviewden zo weinig om uit de misère te raken? Werk, dat zou natuurlijk helpen. Maar om de een of andere reden lukt dat telkens niet. Deze kandidaten hebben geen glanzend cv. Ze zijn al een paar keer ontslagen of gewoon weggebleven. Vaak zijn ze al zo ver weggezonken in hun lethargie dat werk gewoon geen optie meer is.

Neem Erik en Angela. Van verveling vliegen ze elkaar bijna aan in hun kleine, doorrookte woning. Erik heeft het verpest in vorige baantjes. Angela stuurt haar baby Leonardo voor geen goud naar de crèche en Erik zou het niet pikken als zíj de kost verdiende.

De vrijwilligster die hun voedselpakket aflevert, heeft er een krant bij gedaan, waarin ze een vacature voor prodcutiemedewerker bij de Bolletje-fabriek heeft omcirkeld. Erik belt niet. Nee, hij zou wel gek wezen: de sociale dienst is hem nog geld schuldig! En dan moet hij zeker gaan werken? Dan loopt hij dat geld mis. Nee, de ‘soos’ mag niet winnen. Bovendien, zijn beltegoed is bijna op.

Of Dennis de alcoholverslaagfde en de zwakbegaafde Chantal. Ze hebben drie kinderen. Ze zijn dol op kinderen, maar die van hen zijn toevallig strontvervelend, dus moeten ze hard optreden. Een van de kinderen dreigt uit huis te worden geplaatst. Maar dan maken Dennis en Chantal gewoon weer een nieuwe baby. Tot álle kinderen worden weggehaald.

Bij Dennis’ zus Sandra en haar vriend Patrick is de toestand al niet beter. Sandra wilde in de thuiszorg werken maar vond geen vaste baan. Intussen bestelde ze iets te veel spullen bij postorderbedrijven. Patrick wil best werken. “Maar wat hem tegenstaat, is dat de soos hém pakt in plaats van al die buitenlandse profiteurs.” Ook Patrick zien ze niet in de fabriek. Hij kan zijn positie in het computerspel Omerta toch niet aan zijn concurrenten laten? “Fok de soos.”

Pool sprak ook met twee vrouwen die het wel lukt om van een uitkering rond te komen. Ook zij kunnen niet werken, de een omdat zij een kind met psychische problemen heeft en de ander omdat ze aan reuma lijdt. Pool voerde ook gesprekken met werknemers van de Stadsbank, met bijstandsconsulenten, met de vrouw die blijmoedig voedselpakketten rondbrengt en met de PvdA-wethouder die vindt dat je mensen nog afhankelijker maakt door hen te ondersteunen.

Zonder een hard oordeel te vellen, schetst Pool in deze goed geschreven, lange reportage een vicieuze cirkel: de erfelijkheid van armoede en gezinsproblemen. Ook de ouders vielen al naast de gebaande paden en slijten hun oude dag op een camping waar het een en ander wordt verhandeld. Geworstel met instanties en onbegrijpelijke formulieren, permanente armoede en permanente verongelijktheid, dat is hun lot. “Jij snapt het niet”, zegt Patrick tegen de interviewster. “Jij komt uit een andere wereld.” Zij kan hem geen ongelijk geven. Maar ze snapt het wel.

Zonder een hard oordeel te vellen, schetst Pool in deze goed geschreven, lange reportage een vicieuze cirkel: de erfelijkheid van armoede en gezinsproblemen|de Volkskrant
vier sterren